maandag 31 december 2007

Kerst

Kerst is een tijd van blije en vredige gezichten. Dat zou men toch verwachten, in deze sfeer van lichtjes en muziekjes, van pakjes en haute cuisine. En toch.


Op de trein bijvoorbeeld. Een man met brilletje en papperig gezicht installeerde zich gisteren aan mijn overkant en slaakte een diepe zucht toen hij neerzeeg in de te krappe zetel. Die zucht zou een voorbode blijken voor nog meer ostentatieve ergernis. Het mannetje gluurde schichtig rond en zijn ogen bleven hangen bij een jongeman in een rolstoel. Die jongeman was in gesprek met zijn reisgezellin, een knap blond meisje, blind.


Zelf had ik de twee ook al opgemerkt. De jongen en het meisje praatten over de bijzonderheden van daten als je een lichamelijke onvolmaaktheid hebt. Beiden waren single, maar niet volledig 'happy'. Met mijn geoefend oog zag ik meteen de perfecte oplossing. Maar zulke dingen kan men niet forceren, dat bewijst de realiteit meestal.


De gebrilde man aan mijn overkant leek minder geamuseerd door de twee. Hij zuchtte en kuchte als om te zeggen “praat niet zo luid en verveel niet de hele trein met je verhaaltjes.” Eerlijk gezegd, mij verveelden die verhaaltjes allerminst. Ik verbaasde mij er al de hele treinrit over hoe levenslustig die twee waren. Voor hen draait kerst wel degelijk om warmte en hoop, om blije en vredige gezichten.


Maar de gebrilde man, die zuchtte om de vertraging die de trein had. Hij zuchtte toen hij een gezin met twee kinderwagens de wagon zag binnenrijden, en hij zuchtte nog harder toen de kinderen lieten merken dat ze de treinreis maar niets vonden. Die man zal altijd een reden vinden om te zuchten. Daar zal kerst, met zijn lichtjes en muziekjes, pakjes en haute cuisine, niet veel aan veranderen.

Geen opmerkingen: