En nu ik hier toch sta, kondig ik aan dat ik mij niet langer ter beschikking stel voor opluistering van evenementen als deze, die minder en minder met de ware aard van literatuur te maken hebben. Deze circussen van ijdelheid, maar ook van zakelijke belangen en van handjeklap achter de schermen worden opgevoerd ter meerdere gloria van niets anders dan commercie. Zo'n spannend uurtje televisie heeft vooral publiciteitswaarde voor de geldgevers en sponsors en de genomineerde schrijvers mogen er als poppenkastfiguren bij aanwezig zijn.
Die genomineerde schrijvers zien zich ten opzichte van elkaar geplaatst in een situatie van competitie en rivaliteit, waar ikzelf mij verre van wens te houden.Toen ik zes jaar geleden mijn uil ontving, werd mijn vreugde daarover versomberd door de teleurstelling van mijn medegenomineerden die zonder uil naar bed moesten.
Voor alle duidelijkheid: natuurlijk ben ik niet tegen literaire prijzen en zeker niet tegen literaire prijzen waar dergelijke interessante geldbedragen aan zijn verbonden - men mag ze mij in onbeperkte mate blijven aandragen -, maar ik zet mij af tegen het systeem van openbaar gemaakte longlists, shortlists, nominaties en de verstikkende verplichting om er als schrijver aan mee te werken alsof je tegen je wil meedoet aan lotto of bingo met één op vijf kansen.
Dit zei Jeroen Brouwers in 2001, toen hij net de Gouden Uil en drie kussen van Anna Luyten had gekregen. Een niet mis te verstane boodschap aan de volgens hem kapot gecommercialiseerde literaire wereld. Zijn kritiek stuitte toen op heel wat verzet. Critici verweten hem dat hij de Gouden Uil in ontvangst nam, en het geld mee naar huis nam. Ikzelf vond het ook wat vreemd, toen. Eerst zeggen dat je tegen literaire prijzen bent, maar toch meespelen in de poppenkast, met je centen op de bank.
Vandaag bewijst Brouwers echter dat hij een man van zijn woord is. Hij weigert nu de Prijs der Nederlandse Letteren. Dit is de meest prestigieuze literaire prijs in Vlaanderen en Nederland. Hij wordt uitgereikt aan gevestigde waarden, voor hun volledig oeuvre. Bij de vorige winnaars vinden we onder meer Harry Mulisch, Hugo Claus en Willem Frederik Hermans.
De beslissing van Brouwers om de prijs te weigeren verdient alle respect. Dat hij de geldwaarde van de prijs aan de lage kant vindt, is natuurlijk niet meer dan een goede manier om de aandacht te trekken. Het echte probleem is dat er geen degelijk statuut is voor schrijvers. Het grootste deel van de schrijvers is niet in staat om van zijn pen te leven. Ook een pensioenregeling is er niet. Onvoorstelbaar maar waar, onze grootste literaire monumenten leven in de herfst van hun dagen op de rand van de armoedegrens.
Natuurlijk is dit een moeilijke discussie. Wanneer ben je een "echte" schrijver? Wat doen we met essayisten en poëten? Op basis waarvan verdeel je overheidssubsidies? Allemaal vragen waar geen hapklaar antwoord op is, maar waar wel eens over nagedacht mag worden. Het siert Brouwers dat hij een knuppel in het hoenderhok wil gooien. Waarschijnlijk niet meer voor zichzelf, maar voor de generatie schrijvers die eraan komt. Voorwaar een mooi gebaar. Want het is toch uitermate ironisch dat net een overheid die haar kinderen weer meer wil laten lezen, niet omkijkt naar zij die boeken schrijven.
donderdag 25 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten