dinsdag 12 februari 2008
Microfoon
Toen al bekroop mij een akelig gevoel. De juf beweerde dat we allemaal een talent hadden, en dat het belangrijk was om je eigen persoonlijk talent te ontdekken. In de middelbare school kreeg ik tijdens een bezinning nog eens hetzelfde te horen.
Ondertussen hadden mijn leeftijdsgenoten blijkbaar ook al een talent gekozen waar ze goed in zouden worden, want tijdens een discussie op die bezinning was iedereen het erover eens dat je slechts één, maximum twee talenten kan hebben. De één gaf toe dat hij niet kon zingen, maar wel erg goed was in tekenen. De ander kon helemaal niet voetballen, maar was wel de beste in hardlopen. Ik hield wijselijk mijn mond, want ik had nog steeds geen talent uitgekozen om te ontwikkelen.
Op een zeer systematische manier probeerde ik verschillende talenten uit. In januari leerde ik gitaar spelen, wat ik vrij vlug onder de knie had, maar toen ik in februari ontdekte dat ik ook een beetje kon dansen zette ik de gitaar in de hoek. In maart dacht ik dat ik kon zingen, maar mijn vriendinnen vonden van niet, dus ging ik zwemmen. Ook dat lukte vrij goed.
Zo komt het dat ik nog steeds geen talent heb. Ik kan wel over alles meepraten, misschien is dat mijn talent wel. In ieder geval heb ik sindsdien enorm veel bewondering voor mensen die al vroeg hun talent gekozen hebben, want zij blijken tegenwoordig echt goed in wat ze doen. De juf had gelijk.
Tegenwoordig bestudeer ik graag mensen met een talent, en omdat ik over alles kan meepraten weet ik al vlug of ze echt getalenteerd zijn of niet. Ik hou het meest van talenten waar je een microfoon voor nodig hebt, want zo wordt een talent extra in de verf gezet en lijkt de getalenteerde veel belangrijker.
Een talent weerklinkt dan luid in een zaal, of op een plein. Daardoor kan er meer publiek aanwezig zijn, en krijgt de getalenteerde veel applaus. Zo weet hij dat hij een goed talent heeft gekozen. Ik kan over alles meespreken, dus ik hoor meteen of iemand met een microfoon een slecht talent heeft gekozen. Het publiek weet dat meestal ook, omdat een slecht talent ook luid weerklinkt.
Amy Winehouse bijvoorbeeld, heeft een goed talent gekozen. Dat hoor je op haar CD en zie je in haar videoclipjes meteen. Het publiek heeft dat blijkbaar ook opgemerkt, want Amy heeft deze week veel prijzen gekregen. Een prijs voor je talent is het ultieme bewijs dat je een goed talent hebt gekozen.
Amy klinkt ook luid door een microfoon. Jammer genoeg lijkt haar talent dan niet meer zo goed, maar misschien is dat haar schuld niet. Leven met een talent is blijkbaar moeilijk. Misschien is het niet zo erg dat ik niet één talent heb ontwikkeld. Zo hoort niemand door een microfoon dat ik soms eens een kater heb.
vrijdag 25 januari 2008
Het uur van Tuur

Toevallig ben ik een trouwe bezoeker van Tuur. Niet Tuur Florizoone, maar Opa Tuur. En ik kan getuigen dat hij niet de stroeve brompot is die hij graag speelt.
Zijn cafe is werkelijk uniek in Gent. Het is een oude discotheek, waarin nog alle seventies-spullen zijn achtergebleven. Inclusief de zachte banken aan de zijkant en de neon spiegels in de lange bar. Daardoor is het cafe heel ruim, wat ervoor zorgt dat het er nooit vol zit, behalve misschien op zondagavond, wanneer er jazz concerten plaatsvinden.
Maar mijn luidruchtige vrienden en ik vinden dat allesbehalve een probleem. Elke dinsdagavond vallen we Tuur lastig met een hoop gekwetter en een grote afwas achteraf. Er zijn ten minste nog zekerheden in het leven: op dinsdagavond zit er bij Opa Tuur altijd wel iemand die ik ken, en er is altijd plaats.
Gelukkig, want de gezellige onderonsjes monden vaak uit in rondetafelgesprekken met twintig man. Iedereen brengt op zijn beurt namelijk andere vrienden en zijn lief mee.
Tuur moppert, knort en bromt, maar hij heeft ons zo graag. Dat is vrij logisch, want de 6 Judassen, 4 Westmalle Tripels, 3 Orvals en sporadisch wat pintjes en cola's die we er in totaal elke week verzetten zullen zijn kassa wel rijkelijk spijzen. En dan vergeet ik nog de legendarische Chili Tuur, die ons maagje rijkelijk vult als we weer eens zijn vergeten te eten.
Als achtergrond voor onze discussies krijgen we jazzmuziek van de bovenste plank voorgeschoteld. Meestal zonder drummers weliswaar.
Deze week kregen onze kakelende gesprekken echter geen kans. Tuur draaide zijn volumeknop op maximum en wij zwegen verbijsterd. Eindelijk wil hij ons een lesje leren zeker, dachten we. Maar plots hoorden we een zachte Klara-radiostem zeggen: "En bij ons in de studio, Opa Tuur uit Gent." Tuur had zijn radio-optreden opgenomen.
We trakteerden hem op een jubelend applaus. En Tuur zag dat het goed was, trots als een klein kind. Ik ging nog een Orval bestellen en zei hem: "Awel Tuur, je krijgt al ster-allures!" Zijn antwoord: "Oh maar die had ik al altijd hoor meiske, nu worden ze eindelijk erkend!"
Als je ooit eens dorst hebt naar goed bier en kwaliteitsmuziek als achtergrond, moet je zeker eens langskomen op de Citadellaan. Het liefste op dinsdagavond natuurlijk, en het liefste zo snel mogelijk, want de opa van jazz en menig Gentenaar moet zijn cafe sluiten.
Het pand wordt binnenkort verkocht. Maar voorlopig lijkt het gebouw even koppig als Tuur zelf: het wil maar niet verkocht raken.
www.opatuur.be
dinsdag 15 januari 2008
Neve-effecten

maandag 31 december 2007
Kerst
Kerst is een tijd van blije en vredige gezichten. Dat zou men toch verwachten, in deze sfeer van lichtjes en muziekjes, van pakjes en haute cuisine. En toch.
Op de trein bijvoorbeeld. Een man met brilletje en papperig gezicht installeerde zich gisteren aan mijn overkant en slaakte een diepe zucht toen hij neerzeeg in de te krappe zetel. Die zucht zou een voorbode blijken voor nog meer ostentatieve ergernis. Het mannetje gluurde schichtig rond en zijn ogen bleven hangen bij een jongeman in een rolstoel. Die jongeman was in gesprek met zijn reisgezellin, een knap blond meisje, blind.
Zelf had ik de twee ook al opgemerkt. De jongen en het meisje praatten over de bijzonderheden van daten als je een lichamelijke onvolmaaktheid hebt. Beiden waren single, maar niet volledig 'happy'. Met mijn geoefend oog zag ik meteen de perfecte oplossing. Maar zulke dingen kan men niet forceren, dat bewijst de realiteit meestal.
De gebrilde man aan mijn overkant leek minder geamuseerd door de twee. Hij zuchtte en kuchte als om te zeggen “praat niet zo luid en verveel niet de hele trein met je verhaaltjes.” Eerlijk gezegd, mij verveelden die verhaaltjes allerminst. Ik verbaasde mij er al de hele treinrit over hoe levenslustig die twee waren. Voor hen draait kerst wel degelijk om warmte en hoop, om blije en vredige gezichten.
Maar de gebrilde man, die zuchtte om de vertraging die de trein had. Hij zuchtte toen hij een gezin met twee kinderwagens de wagon zag binnenrijden, en hij zuchtte nog harder toen de kinderen lieten merken dat ze de treinreis maar niets vonden. Die man zal altijd een reden vinden om te zuchten. Daar zal kerst, met zijn lichtjes en muziekjes, pakjes en haute cuisine, niet veel aan veranderen.
donderdag 27 december 2007
Geen blauw in januari
De blauwe garde kent dus drukke tijden. Veel politie-agenten konden niet aan de kersttafel plaatsnemen of zullen oudejaarsnacht heel erg nuchter doorbrengen tussen fuivende pubers in de Brusselse binnenstad.
De agenten die twaalf uur per dag presteren mogen daarvan vier uur en vierentwintig minuten recupereren. In januari zullen dan in totaal 1584 uren moeten worden opgenomen of terugbetaald.
Het ziet er dus naar uit dat Brussel met een flinke kater het nieuwe jaar zal inzetten. Bovendien zullen we op onze tellen mogen passen als we in januari de hoofdstad een bezoekje brengen, want als al die agenten hun zuurverdiende uren opnemen blijven er weinig over om de befaamde Belgische criminaliteit te bestrijden.
Tenzij er natuurlijk echt een terroristische aanval komt. Dan zullen onze blauwe helden in actie schieten en zal heel België opgelucht ademhalen. Dan verdienen de agenten enkele rustdagen. Laat januari dan maar boevenmaand worden, er ligt toch een nieuw jaar in het verschiet.
woensdag 12 december 2007
Darwinism Part II
Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat de evolutie van de mens nog niet op zijn eindpunt is, dat zeggen ze in het vaktijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. Neen, de voorbije 5000 jaar evolueerde de mens ongeveer honderd keer sneller dan in elke andere periode. Onze genen hebben nood aan verandering blijkbaar.
Slimme Genen
Die genen zijn slim en passen zich traag maar gestaag aan onze leefomgeving aan. Natuurlijke selectie is dus weer meer dan eens van tel (ja Darwin, jij wist het als eerste). in zo'n 7 procent van de menselijke genen vonden de wetenschappers sporen van recente veranderingen ('recent' is natuurlijk altijd relatief als het over aardse en menselijke veranderingen gaat).
Het meest opmerkelijke is nog dat die nieuwe genetische verschillen eigen zijn aan de verschillende continenten: in Europa, Azië en Afrika evolueren de genen aan het hoogste tempo en dat onafhankelijk van elkaar (in Amerika lijkt "science and progress" dus minder van tel, vreemd).
Malaria
In plaats van homogenisatie krijgen we dus weer meer differentiatie. Noord-Europeanen worden stees bleker en hebben vaker blauwe ogen (er zou er iemand blij mee geweest zijn...). Afrikanen worden steeds meer immuun voor malaria.
Kijk, dat zou ik ook wel willen, immuniteit voor malaria. Een mens wil dan eens op reis, hoopt op die reis naar een mooi stukje jungle te gaan waar toevallig wat malariamuggen en andere vieze beestjes zitten, en als verantwoord reiziger legt die mens dan ook een reisapotheek aan.
Door een dagje oponthoud hier en daar op de reis wordt het sluitstuk, de trip naar de jungle, dan maar afgeschaft. De aangeschafte malariapillen (van 50 euro per dosis, voor een week mag je al gauw twee of drie dosissen rekenen...) zijn dus ongeconsumeerd en liggen nu in ons allerminst exotische thuis in de badkamerkast.
Iemand een reis naar een exotisch oord geboekt? Kom maar halen, die pillen...
What's Next?
Hoe verschillend zijn we binnenkort van onze Chinese of Afrikaanse medemens? Evolueren we naar verschillende soorten, waardoor "de mens" een vaag, of onhoudbaar, begrip wordt?Denk daar maar eens over na...
zaterdag 8 december 2007
Domme Vragen
Een tijdje geleden was op Canvas een reportage te zien over Hugo Chávez, president van Venezuela.In die BBC-reportage werd een boekje opengedaan over de man die al 8 jaar de plak zwaait in het Zuid-Amerikaanse land, en over het land zelf, klein maar heel belangrijk.
Het meest ontluisterende van de hele reportage was waarschijnlijk de mededeling dat Chávez goedkope brandstof levert aan het Londen’s openbaar vervoer.
Wat?
Chávez sponsort het Londen’s openbaar vervoer terwijl een niet te verwaarlozen deel van zijn bevolking op straat crepeert en er van degelijk openbaar vervoer in Venezuela zelfs geen sprake is?
Waarom?
Aha, London geeft Chávez in ruil gratis expertise ... over openbaar vervoer (en stedelijke ontwikkeling, toerisme en milieubescherming). Dat verklaart alles. Het opportunisme van Chávez viert hoogtij.
Geconfronteerd met de vraag “waarom sponsort u het openbaar vervoer van de Britse hoofdstad terwijl de armoede in uw eigen land nog niet is bestreden?”, weet Chávez er niets beter uit te kramen dan “wat een ongelofelijk domme vraag!”.
Maar, mijn mama heeft altijd gezegd dat domme vragen niet bestaan? Dat er alleen maar domme antwoorden zijn? Heeft ze mij dan al die jaren voor de gek gehouden?
Hugo Chávez beweert dat hij dom zal overkomen als hij zo’n domme vraag probeert te beantwoorden. Elke kritische vraag afwijzen als naast de kwestie en te dom om op te antwoorden, is heel makkelijk maar heel twijfelachtig voor elke mens met gezond verstand.
En als er dan toch domme vragen bestaan die geen antwoord behoeven:
- Heeft Chávez een vijsje los?
- Kikt Chávez op een absolutistisch en nepotistisch bewind?
- Geeft Chávez geen zier om zijn volk?